Sociaal ondernemen gaat over mensen en impact. Maar als je het echt goed wilt doen, moet je ook naar de andere kant durven kijken: geld, structuur en continuïteit. In dit blog deelt Annet hoe zij daar met BURO MLBRGN steeds bewuster mee omgaat.
Als je mensen vraagt waarom ze sociaal ondernemer zijn geworden, hoor je zelden dat het om geld gaat. Vaak juist het tegenovergestelde. impact maken, iets betekenen, werk creëren voor mensen die niet vanzelfsprekend mee kunnen doen.
Geld, daar praten we liever niet over. Het hoort erbij, maar het is niet waar je het voor doet.
Toch ben ik er de laatste tijd vaker mee bezig. Niet omdat geld belangrijker is geworden, maar omdat ik beter begin te zien welke rol het speelt. Als je impact wilt blijven maken, moet het ook gewoon kloppen. Dan moet je organisatie staan, financieel en organisatorisch.
Een sociale onderneming moet óók een onderneming zijn.
De overgang naar een nieuwe fase
In het begin gaat veel vanzelf. Je doet wat nodig is, je schakelt snel en je lost dingen op wanneer ze zich aandienen. Dat werkt ook prima.
Maar op een gegeven moment merk je dat dat niet meer voldoende is. Je groeit, er komen meer mensen bij en het werk neemt toe. Dan kun je niet alles op gevoel blijven doen.
Dat betekent niet dat het daarvoor niet goed was. Alleen dat de volgende fase iets anders vraagt: hoe zorg je dat wat je doet, ook op de langere termijn blijft staan?
De menselijke maat blijft het uitgangspunt
Tegelijkertijd is er ook iets dat nooit zal veranderen: onze medewerkers staan voorop. Bij BURO MLBRGN werken we met mensen die allemaal hun eigen tempo, talenten en ontwikkelpunten hebben. Dat vraagt om flexibiliteit en soms om andere keuzes dan je in een traditioneel bedrijf zou maken.
Natuurlijk moet het werk dat we doen gewoon goed zijn. Opdrachtgevers vertrouwen op de kwaliteit van wat we leveren. Dat geeft continu een afweging: hoe richt ik het zo in dat het klopt op alle fronten? Voor mij zit die balans vooral in de dagelijkse praktijk. In de kleine keuzes die we steeds maken. Steeds opnieuw kijken wat er nodig is en vooral: hoe het wél kan.
Waar sociaal en zakelijk samenkomen
Een mooi voorbeeld is de Boekhoudbrigade. Daarmee verzorgen we de administratie voor maatschappelijke organisaties, zoals buurthuizen. Voor die organisaties is het prettig dat wij hun wereld begrijpen en een oplossing bieden die betaalbaar is. Tegelijkertijd doen onze medewerkers werk dat ertoe doet en bouwen we aan een activiteit die financieel zelfstandig kan draaien.
De Boekhoudbrigade bestaat al langer, maar we maken daar nu mooie nieuwe stappen. Met steun van de Rabobank Foundation hebben we de ruimte om de basis goed neer te zetten en na te denken over hoe dit duurzaam kan functioneren.
Over geld praten (en waarom dat toch moet)
Via diezelfde Rabobank Foundation ben ik ook gestart met de opleiding Financieel Management voor Ondernemers. Tijdens de introductie kwam al snel het onderwerp money mindset voorbij. Ik had niet gedacht dat ik die term ooit zou gebruiken. Ik word er altijd een beetje lacherig van, want ja: ook ik ben zo’n sociaal ondernemer die liever niet met geld bezig is.
Toch bracht het mij weer nieuwe inzichten. Geld is geen doel, maar wel een voorwaarde. Zonder financieel inzicht wordt het lastig om te bouwen, om door te ontwikkelen en om mensen werk te blijven bieden. Met BURO MLBRGN wil ik een organisatie bouwen die financieel gezond is en lang kan blijven voortbestaan, ook zonder aanvullende fondsen.
Onze medewerkers zijn ons vertrekpunt
Wat ik hoop, is dat opdrachtgevers dit alles ook merken in de samenwerking met BURO MLBRGN. Dat het professioneel en goed georganiseerd is, maar dat de menselijke maat altijd voorop staat.
Onze medewerkers zijn voor ons geen middel om werk gedaan te krijgen. Ze zijn het vertrekpunt. Als we daarin de juiste balans vinden, tussen sociaal en ondernemerschap, dan klopt het voor mij.
Annet Elzinga runt BURO MLBRGN. Annet droomt van een wereld waarin iedereen er mag zijn. Ze ziet in ieder mens talenten en mogelijkheden. Door met aangepaste banen en participatieplekken aan te sluiten op wat iemand kan en wil, ontstaat er ruimte voor ontwikkeling.